
Wet waardering onroerende zaken
Artikel 27
1
Indien enig feit grond oplevert voor het vermoeden dat de waarde te laag is vastgesteld, kan de in artikel 1, tweede lid, bedoelde gemeenteambtenaar de in artikel 22, eerste lid, of artikel 26, eerste lid, bedoelde beschikking herzien bij een voor bezwaar vatbare beschikking. Een feit dat de in artikel 1, tweede lid, bedoelde gemeenteambtenaar bekend was of redelijkerwijs bekend had kunnen zijn, kan geen grond voor herziening opleveren.
2
De bevoegdheid tot herziening vervalt door verloop van vijf jaren na de vaststelling van de in artikel 22, eerste lid, of artikel 26, eerste lid, bedoelde beschikking.
3
Artikel 24, derde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
-
LJN AA7903, Eerste aanleg - enkelvoudig, 97/21852
Rechtsoort
Belasting
Datum uitspraak
28-12-1998
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Gerechtshof AmsterdamIntrekking WOZ-beschikking is geen aanleiding de waarde bij een nieuwe beschikking hoger vast te stellen, anders dan in de gevallen genoemd in de Wet WOZ. -
LJN AC2732, Eerste aanleg - meervoudig, 00/2642
Rechtsoort
Belasting
Datum uitspraak
27-08-2001
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Gerechtshof AmsterdamEerste WOZ-beschikking Æ 116.000. De herziening tot Æ 3.760.000 is in casu in beginsel mogelijk op grond van artikel 27 WOZ: het moest belanghebbende duidelijk zijn dat de oorspronkelijke beschikking ten gevolge van een misslag onjuist was. Verweerder maakt de door hem gestelde waarde niet aannemelijk. Waarde is Æ 1.430.000. -
LJN AN9853, Eerste aanleg - enkelvoudig, BK-02/03028
Rechtsoort
Belasting
Datum uitspraak
18-11-2003
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Gerechtshof 's-GravenhageHerzieningsbeschikking is ten onrechte afgegeven nu het belanghebbende bij ontvangst van de oorspronkelijke beschikking niet aanstonds duidelijk moet zijn geweest dat deze op een fout berustte.